Bron: www.lowtechmagazine.be / Chris de Decker (2011)

De consumptie van vlees krijgt steeds meer kritiek vanuit ecologische hoek. Een mogelijk antwoord daarop is de kweek van insectenvlees, die een stuk milieuvriendelijker belooft te zijn dan de industriële kweek van varkens, koeien of kippen.

Hoewel insecten door miljoenen mensen als een lekkernij worden beschouwd, met name in veel tropische landen, zijn ze bij ons in de keuken taboe. Maar insectenvlees zou ook onherkenbaar kunnen worden gemaakt of in grote getale gekweekt kunnen worden als veevoeder voor kippen, varkens, koeien en vissen. Daarmee zou de milieukost van vlees omlaag kunnen zonder voedseltaboes te doorbreken.

Alleen al de gedachte aan het eten van insecten doet de meeste westerlingen gruwen. Maar de afkeer van insectenvlees is geen globaal verschijnsel. Wereldwijd worden in ongeveer 80 procent van alle landen ten minste 1400 insectensoorten door mensen gegeten, waaronder sprinkhanen, krekels, rupsen, kevers, kakkerlakken, mieren, bijen, wespen, termieten, vlinders en motten. Soms gebeurt dit uit noodzaak (voedselschaarste) maar meestal worden insecten als integraal onderdeel van het lokale dieet of zelfs als delicatesse beschouwd. In sommige gemeenschappen zijn insecten de enige bron van dierlijk eiwit. Volgens de Wereldlandbouworganisatie (FAO) eten ongeveer 2,5 miljard mensen insecten.

Veel insecten worden als larven of poppen gegeten, anderen als ze volwassen zijn. Er bestaat een grote diversiteit aan bereidingswijzen en culinaire toepassingen, zoals braden, bakken, roosteren, koken, drogen, stomen en marineren. In uitzonderlijke gevallen worden insecten levend gegeten. De smaak van insectenvlees wordt meestal beschreven als een notensmaak.

Insecten zijn vooral populair in Azië, Afrika en Amerika. In Afrika staan minstens 250 soorten insecten in 36 verschillende landen op de kaart – tachtig procent van deze soorten zijn rupsen, sprinkhanen en keverlarven. In Azië staan insecten op het menu in 29 landen (er worden 81 soorten gegeten in Thailand), en in Amerika in 23 landen (vooral in Zuid- en Midden-Amerika). Alleen al in Mexico komen 350 soorten eetbare insecten voor. Onze kennis is bovendien beperkt: zo is er te weinig onderzoek gevoerd naar de menselijke consumptie van insecten in Azië en Oceanië.

Insectenvlees wordt ook verhandeld, meestal op markten. De grootste markten met insectenvlees bevinden zich in Laos en Thailand. In Azië worden ook ingeblikte insecten verkocht. In Thailand wordt de commerciele waarde van eetbare sprinkhanen geschat op 6 miljoen dollar per jaar. In Zuid-Afrika wordt jaarlijks ongeveer anderhalf miljoen kilogram insecten verhandeld. Kleine hoeveelheden insecten worden ook geëxporteerd naar westerse landen. Zo importeert België drie ton gedroogde rupsen per jaar die gekocht worden door Centraal-Afrikaanse immigranten.

Westen staat negatief tegenover insectenvlees

In het Westen is het eten van insecten geen traditie (al werden ze wel nog als delicatesse geconsumeerd in de Oudheid door de Romeinen en Grieken). De belangrijkste reden daarvoor is dat er in het Noordelijk halfrond relatief weinig insecten zijn om te oogsten. In tropische en subtropische gebieden komen ze daarentegen in bepaalde seizoenen in enorme dichtheden voor. Daarbij komt dat tropische insecten flink groter zijn dan de insecten van bij ons.

Toch zitten de meeste westerlingen evenmin te wachten op gefrituurde kakkerlakken of gestoomde tropische wormen, hoe groot ze ook mogen zijn. We beschouwen insecten als vies en schadelijk. Dat is onterecht – slechts een zeer klein deel van de insectensoorten is schadelijk, de meesten zijn zelfs erg nuttig – en enigszins merkwaardig, omdat we wel met veel plezier kreeften, garnalen, slakken, mosselen en oesters eten, dieren die in uitzicht soms nauwelijks verschillen van tropische insecten. Een reuzensprinkhaan ziet er niet onsmakelijker uit dan een kreeft, en daarbij is de eerste een vegetariër terwijl de tweede een aaseter is.

——————————————————————————————————–

Een strikt vegetarisch dieet is een illusie: ieder van ons eet elk jaar onbewust een halve kilogram insecten

——————————————————————————————————–

Bovendien zitten er heel wat overblijfselen van insecten in onze voedingsproducten, vooral in granen, fruit en groenten, Naar schatting eet ieder van ons op die manier een halve kilogram insectenvlees per jaar. Een strikt vegetarisch dieet is een illusie.

Consumptie insectenvlees neemt af

De westerse aversie voor entomofagie (= de menselijke consumptie van insectenvlees) is ook bekend bij volkeren die wel insecten eten. Zo werd door verschillende entomologen vastgesteld dat mensen die insecten eten dat niet gauw zullen beamen als westerse onderzoekers hen dat vragen. De westerse afkeer van insectenvlees heeft er bovendien voor gezorgd dat de consumptie ervan afneemt in landen waar wel een traditie van entomofagie bestaat.

Dat gebeurt enerzijds omdat mensen in de Derde Wereld van zodra ze dat kunnen een westers dieet aannemen omdat ze denken dat het beter is. Anderzijds hebben ngo’s en andere organisaties vaak geen oog voor de bestaande voedselpatronen en proberen ze ondervoeding op te lossen met voedingsmiddelen die in het Westen wel aanvaard zijn.

Arnold van Huis, een Nederlandse entomoloog aan de Universiteit van Wageningen, vindt dat dat anders moet. Op een lezing eerder deze maand in Brussel stelde hij:

“Voedselprogramma’s richten hun aandacht veelal op het stimuleren van groentenconsumptie. Voedingsstoffen zijn echter veel efficiënter te halen uit dierlijk voedsel, maar traditioneel vlees is vaak te duur. In veel ontwikkelingslanden zijn insecten geaccepteerd voedsel. Omdat ze qua voedingswaarde vergelijkbaar zijn met traditioneel vlees en vis verdienen insecten meer aandacht van internationale voedselprogramma’s”.

De Wereldlandbouworganisatie (FAO) hield in 2008 een workshop om die kwestie aan te kaarten. Prioriteit was het stimuleren van het eten van insectenvlees op plaatsen waar dat traditioneel gebeurt, maar waar de gewoonte steeds meer in onbruik raakt omwille van westerse invloeden. Het verzamelen van de dieren biedt ook economische kansen voor de lokale bevolking, aldus de FAO. Maar aangezien een van de redenen voor de verminderde insectenconsumptie het westerse eetpatroon is, zou het inpassen van insectenvlees in het westerse dieet natuurlijk ook erg behulpzaam zijn.

Insecten zijn milieuvriendelijker dan vlees

Het idee dat insectenvlees ook in de westerse wereld heel wat voordelen zou kunnen opleveren, is niet nieuw. De Engelse entomoloog Vincent Holt publiceerde al in 1885 het boek “Why not eat insects?”. Vandaag de dag stellen meer en meer onderzoekers zich die vraag. De vleesproductie eist volgens de FAO momenteel 70 procent van alle landbouwgrond op, produceert 18 procent van de broeikasgasuitstoot en veroorzaakt een hele reeks bijkomende problemen zoals een mestoverschot en een overmatig gebruik van antibiotica. De wereldbevolking blijft groeien, en de globale vleesproductie stijgt nog veel sneller dan de bevolking.

——————————————————————————————————–

Alles bij elkaar beloven insecten voor een gelijke hoeveelheid voeder ongeveer twintig keer zoveel vlees op te leveren dan runderen

——————————————————————————————————–

Insectenvlees biedt interessante mogelijkheden voor de toekomst omdat de kweek ervan aanzienlijk efficiënter is dan de kweek van klassieke vleessoorten. Insecten zetten voeding ongeveer twee tot drie keer efficiënter om in vlees dan varkens of kippen. In vergelijking met runderen zijn insecten zelfs vijf keer zo efficiënt. Slechts tien procent van het voeder dat in een vleeskoe wordt gestopt, wordt omgezet in vlees, terwijl dat bij insecten kan oplopen tot meer dan 40 procent. Eén van de redenen daarvoor is dat insecten koudbloedig zijn: ze verbruiken dus in tegenstelling tot zoogdieren geen energie om hun lichaam op temperatuur te houden.

Naast deze hogere omzettingsfactor kan er ook een groter deel van het dier als vlees worden gebruikt: ongeveer 90 procent bij een insect tegenover 50 procent bij een koe of een varken. Daarbij planten insecten zich ook veel sneller voort dan zoogdieren, zodat het uiteindelijke verschil in efficiëntie nog groter wordt: alles bij elkaar leveren insecten voor een gelijke hoeveelheid voeder ongeveer twintig keer zo veel vlees op dan runderen.

Ook is er minder water en ruimte nodig en kunnen insecten plantaardig voedsel eten dat niet door ander vee kan worden gebruikt: cactussen, bamboescheuten en houtachtige gewassen bijvoorbeeld. Insectenvlees is in voedingswaarde gelijkwaardig aan vis, kip, rund of varkensvlees. Hoewel er grote verschillen zijn tussen insectensoorten onderling, bevatten eetbare geleedpotigen doorgaans evenveel (of zelfs meer) proteïnen, koolhydraten, vetten, vitaminen, mineralen en essentiële aminozuren als andere vleessoorten.

Ook de uitstoot van broeikasgassen belooft een stuk lager te liggen. Een onderzoek uit 2010 besloot dat de uitstoot van broeikasgassen in een insectenkwekerij een groottorde van 100 kleiner zou zijn dan in een industriële runderkwekerij. Dat betekent dus evenveel vlees voor 100 keer minder broeikasgassen – al gaat het hier alleen om de broeikasgassen die de dieren zelf uitstoten, en dus niet over de uitstoot van de gehele keten inclusief voeding, transport, bewerking, enzovoort.

Er is nog geen volledige levenscyclusanalyse van insectenvlees gepubliceerd, maar als de bovenstaande resultaten bevestigd worden dan lijkt het erop dat insectenvlees een alternatief is voor het verminderen of elimineren van de vleesconsumptie – althans vanuit ecologisch oogpunt.

——————————————————————————————————–

Het eten van insecten biedt ook een andere kijk op het gebruik van insecticiden, aangezien de meeste insecten meer voedingswaarde hebben dan de gewassen die ze vernietigen

——————————————————————————————————–

Insectenvlees past beter in de heersende logica van deze tijd dan vegetarisme of het verminderen van de vleesconsumptie: we verkiezen steeds het aanbod aan te passen aan de vraag, niet andersom. Dankzij insecten zouden we evenveel vlees kunnen blijven eten terwijl de milieukost met een factor twintig naar beneden gaat. Of we zouden twintig keer meer vlees kunnen eten met een vergelijkbare milieukost – zo zou de hele wereldbevolking evenveel vlees kunnen consumeren als wijzelf.

Geïntegreerde plaagbestrijding

Het eten van insecten biedt ook een andere kijk op het gebruik van insecticiden, aangezien de meeste insecten meer voedingswaarde hebben dan het plantaardig materiaal dat ze “vernietigen”. Nogal wat als schadelijk beschouwde insecten (zoals sprinkhanen en rupsen) worden ook gewaardeerd als vlees. Maar als er insecticiden worden gebruikt om gewassen te beschermen, worden de (overlevende) insecten oneetbaar. Als de insecten ook de oogst hebben opgegeten, blijft er vervolgens helemaal geen voedsel meer over. De oplossing ligt voor de hand: beperk of elimineer het gebruik van insecticiden en oogst in de plaats daarvan de “schadelijke” insecten om ze op te eten – een tactiek die door traditionele boeren in de tropen nog steeds wordt toegepast.

In wat geldt als het meest recente standaardwerk over insectenvlees en ander ‘mini-vee’, “Ecological implications of minilivestock” (2005), schrijft Julieta Ramos-Elorduy:

“Indeed, it is ironical that many international and non-governmental organisations try to save crops that contain no more than 14 percent protein by killing another food source (insects) that may contain up to 75 percent high-quality protein.”

Het oogsten van alle schadelijke insecten in plaats van ze te vernietigen is niet altijd mogelijk: sprinkhanenzwermen van 10 vierkante kilometer vang je niet zomaar weg. Er zijn dus bijkomende maatregelen nodig, zoals het vernietigen van de broedplaatsen van de insecten, of het inzetten van natuurlijke vijanden. Maar als er geen chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, levert een insectenplaag wel degelijk extra voedsel op.

De jacht op insecten

Momenteel wordt het overgrote deel van de insecten voor menselijke consumptie uit de natuur gehaald, vergelijkbaar met de jacht op wild en op vissen. Meestal gebeurt dat met de hand en zonder hulpmiddelen, soms worden netten of stokken ingezet.

De “jacht” op insecten verloopt in veel traditionele samenlevingen op een duurzame manier: mensen stoppen op een bepaald moment in het seizoen met het vangen van insecten om het voortbestaan van de soort niet in gevaar te brengen.

Ook kunnen er bosbouwtechnieken worden toegepast om de productiviteit van de dieren te verhogen, zoals het stimuleren van de groei van planten waarmee de insecten zich voeden (“entomoforestry”). Wild insectenvlees kan een financiële prikkel zijn om wouden niet te vernietigen – nu wordt veel bos omgekapt om op de vrijgekomen grond veevoedergewassen zoals soja te kweken.

Desondanks zijn er al een aantal gevallen bekend waar de insectenpopulatie onder druk komt te staan omwille van de jacht erop. In de Mexicaanse staat Hidalgo zijn nu 14 van de 30 eetbare insectensoorten met uitsterven bedreigd ten gevolge van de commercialisatie ervan. De jacht op insecten kan dus omslaan van duurzaam naar desastreus als geldgewin op de eerste plaats komt te staan – net zoals dat met de overbevissing in de oceanen is gebeurd.

De kweek van insecten

Insecten kweken kan de druk op wilde populaties verminderen. Als we insectenvlees op grote schaal willen gebruiken in het Westen, dan zullen insecten wel gekweekt moeten worden, net zoals we koeien, varkens en kippen kweken. Insecten als mini-vee, dus. “Er zijn enorme kwekerijen nodig en er moet ook geautomatiseerd worden, anders blijft het te duur”, zegt Arnold van Huis. “Een kilo meelwormen zou evenveel kunnen kosten als een kilo vlees, maar nu is dat nog veel duurder, insectenvlees blijft in het Westen momenteel een exclusief product.”

In Nederland worden al insecten gekweekt voor menselijke consumptie – de kwekers hebben zich verenigd in de organisatie VENIK. Ook in tropische landen zijn een aantal initiatieven bekend van insectenkweek, specifiek voor menselijke consumptie. In Thailand zijn er zo’n 20.000 families die krekels kweken (foto hierboven), een (lowtech) bedrijvigheid die in 1999 op gang kwam. Ook worden er mieren gekweekt. In Mexico staan een aantal vleesvliegenfabrieken.

——————————————————————————————————–

Als we insectenvlees op grote schaal willen gebruiken in het Westen, dan zullen insecten wel gekweekt moeten worden, net zoals we koeien, varkens en kippen kweken.

——————————————————————————————————–

Bovendien is er ook ervaring met de kweek van bijen (zij het voornamelijk voor honing), zijdevlinders (de kweek van zijderupsen is 5000 jaar oud), en insecten voor diervoeder (voor vissen en vogels). Lieveheersbeestjes worden commercieel gekweekt ten behoeve van de biologische bestrijding van blad- en schildluizen. De Cochenilleluis wordt in gevangenschap grootgebracht omwille van zijn karmijnroze kleurstof (E120) die gebruikt wordt in yoghurts, smarties en Campari.

Nadelen en gevaren van insectenvlees

Een grootschalige insectenkweek in het Westen kent ook een aantal mogelijke minpunten en gevaren. Zo heeft de introductie van niet-inheemse insecten in de biologische landbouw (zoals Aziatische lieveheersbeestjes die bladluizen te lijf gaan) in het verleden al geleid tot de verdringing van inheemse insectensoorten (zoals de inheemse lieveheersbeestjes). Het is niet ondenkbeeldig dat gekweekte insectensoorten voor menselijke consumptie ook ontsnappen, het ecologische evenwicht verstoren en inheemse soortgenoten van de kaart vegen. Het is daarom aan te bevelen om eetbare insectensoorten uit eigen streek te kweken. Maar hoewel die bestaan (meelwormen bijvoorbeeld), zijn de culinaire mogelijkheden ervan wel een heel stuk beperkter dan wanneer ook tropische insecten zouden kunnen worden gegeten.

Bovendien is een van de voordelen van de hoge voedselconversie van insecten – hun koudbloedigheid – in noordelijke landen tegelijk een nadeel. In de winter moeten de insecten verwarmd worden omdat ze anders sterven. Dat kost energie en dus gaat de milieuscore van insectenvlees omlaag. De grootschalige kweek van insecten kan ook aan dezelfde problemen onderhevig zijn als de intensieve kweek van vee, zoals een toenemende kwetsbaarheid voor ziekten en een mestoverschot (al zouden insecten geen antibiotica nodig hebben en is de hoeveelheid mest die ze produceren kleiner dan in het geval van traditioneel vee).

Dierenwelzijn

Op het vlak van dierenwelzijn stoot de industriële kweek van insectenvlees wellicht op minder tegenstand dan de industriële kweek van varkens, koeien of kippen. Insecten leven vaak al in grote groepen samen, en nogal wat soorten leven in het donker. Bovendien identificeren we er ons niet mee.

Hoe dan ook belooft insectenvlees, als het de beloftes waarmaakt, een flink gat te slaan in de argumenten van vegetariërs en veganisten. De morele argumenten blijven uiteraard overeind (wie geen levende wezens wil eten zal ook geen insecten eten), maar de ecologische argumenten zouden minder overtuigend worden. Een plantaardig dieet blijft uiteraard efficiënter dan insectenvlees, maar het verschil wordt wel veel kleiner.

Hoe insecten inpassen in het westerse voedingspatroon?

Wellicht is bij ons in het Westen de afkeer van het eten van insecten een groter obstakel dan de technologische hindernissen bij de kweek ervan. Er zijn verschillende mogelijkheden om dat probleem te overwinnen.

De eerste is om insectenvlees in zijn ware gedaante acceptabel of zelfs modieus te maken. We hebben ook (levende) oesters, rauwe vis (sushi), krab en kreeft leren appreciëren. Kreeft werd niet zo heel lang geleden als minderwaardig voedsel beschouwd – in Amerika werd het als visaas gebruikt. Dat veranderde toen belangrijke chef-koks kreeft als een delicatesse gingen serveren. Met insectenvlees kan iets gelijkaardigs gebeuren. In tropische landen worden sommige insecten reeds als een delicatesse beschouwd vanwege hun uitmuntende smaak, dus onmogelijk is het niet. Bovendien is er ook het ecologische voordeel dat kan worden uitgespeeld. Maar als deze strategie niet werkt, zijn er nog twee andere mogelijkheden, allebei gericht op het zo onherkenbaar mogelijk maken van de insecten.

Ten eerste kunnen we insectenvlees verwerken in samengestelde producten. Dat kan door de insecten gewoon te vermalen, maar er zijn ook gesofistikeerder methoden: het winnen van eiwitten uit gekweekte insecten, of het produceren van insectencellen in fermentoren (“Single Insect Cell Protein” of SICP). Die eiwitten of insectencellen worden vervolgens bewerkt en toegevoegd aan kant-en-klare maaltijden en bewerkt vlees zoals gehakt, worst, ham en burgers. Dat gebeurt dan ter vervanging van vlees of als aanvulling erop.

De Nederlandse overheid gaf in 2010 één miljoen euro om het onderzoek naar insecteneiwitten en -cellen aan de Universiteit van Wageningen op te starten. Ook zal er onderzocht worden welke soorten het best in aanmerking komen en welke reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie geschikt zijn als voeder. De Nederlanders, belangrijke exporteurs van industrieel vlees, vervullen hiermee een voortrekkersrol in de (westerse) wereld.

Een laatste mogelijkheid is het voederen van insecten aan dieren zoals vissen, kippen, varkens en koeien. Deze dieren worden nu meestal met graan, soja of vismeel gevoederd (vismeel – vermalen vis – wordt niet alleen aan vissen gevoerd maar aan alle vee). Koeien en varkens maken geen probleem van insectenvlees, en bovendien ligt er hier een belangrijke commerciële opportuniteit voor de veehouderij. Soja en vismeel zijn de afgelopen jaren flink duurder geworden, dus er kan aardig wat geld worden bespaard met insectenvoeder.

Ook relevant in dit verband is de zwarte soldatenvlieg, die mest omzet in eiwit en dus (een deel van) het mestprobleem kan oplossen. Insectenvlees kan dus ook gebruikt worden om de bestaande veeteelt te verduurzamen, in plaats van ze te vervangen. Of dat volstaat om de groeiende vraag naar vlees op te vangen, valt natuurlijk af te wachten.