Bron: resource.wageningenur.nl / Albert Sikkema (2014)

Arnold van Huis neemt afscheid als hoogleraar. Hij is vooral bekend als de promotor van het eten van insecten. Daarachter schuilt een entomoloog met veel oog voor interactieve wetenschap.

In 1997 organiseerden Arnold van Huis en Marcel Dicke voor het eerst de lezingenserie ‘Insecten en Maatschappij’ in Wageningen. Daarbij sprak vooral de lezing van Van Huis over eetbare insecten tot de verbeelding, herinnert Marcel Dicke zich. ‘De radio zond de hele middag uit dat hij die avond over eetbare insecten ging praten en hij werd door vier tv-ploegen geïnterviewd. Die dachten dat er een steekje los zat bij Arnold, want insecten eten was toen krankzinnig en belachelijk.’ Maar de bedachtzame Van Huis bleek een prima ambassadeur voor het consumeren van sprinkhanen en meelwormen.

“Insecten eten was toen krankzinnig en belachelijk”.
Marcel Dicke

Zes miljoen

Tijdens het publieksevenement City of Insects in Wageningen in 2005 werd het wereldrecord Insecten Eten gevestigd. Vorig jaar maakte hij een rapport over eetbare insecten voor de FAO dat maar liefst 6 miljoen keer werd opgevraagd. En vorige maand stond er voor het eerst voedsel op basis van insecten in de schappen van een Nederlandse supermarkt. Een kras staaltje van science for impact – in 17 jaar tijd introduceerde Van Huis een nieuwe eiwitbron in het Nederlandse dieet.

Dat deed hij op basis van wetenschappelijk onderzoek, waaruit bleek dat insectenvlees, vergeleken met gewoon vlees, evenveel eiwit bevat, meer onverzadigde vetzuren en ook meer mineralen zoals ijzer en zink. Bovendien is voor de productie van een kilo insecten-eiwit maar 18 vierkante meter grond nodig. Dat is tien keer kleiner dan voor een kilo rundvlees. Mede daarom is de uitstoot van broeikasgassen bij de productie van insecten veel lager dan van gewoon vlees, betoogde de hoogleraar.

Insectenkookboek

Maar deze rationele argumenten alleen zorgden niet voor de geleidelijke maatschappelijke acceptatie van insectenvlees. Van Huis zorgde voor events om ons te laten kennismaken met insectenhapjes, hij produceerde Het Insectenkookboek en maakte de eetbare insecten onderdeel van maatregelen om de voedselzekerheid in de wereld te verhogen. Ook maakte hij duidelijk dat insecten-eten niet heel bijzonder is, omdat het in veel ontwikkelingslanden al deel uitmaakte van de lokale voedingsgewoonten. Verder waakte hij ervoor dat de voedselveiligheid van insectenvlees gewaarborgd was en dat de overheid wet- en regelgeving voor eetbare insecten voorbereidde. Juist die institutionele context zorgde voor een soepele introductie.

Die kennis van de institutionele context – hoe de hazen lopen – en maatschappelijke acceptatie deed Van Huis op als tropisch entomoloog. Om nieuwe methoden van teelt en biologische gewasbescherming te ontwikkelen in ontwikkelingslanden, werkte hij vaak in farmer field schools, waarbij boeren samen met wetenschappers en technologen een nieuwe praktijk verkenden. Die multidisciplinaire aanpak kwam Van Huis ook van pas als coördinator van het Convergence of Sciences programma in West-Afrika. Daarbij werkte hij de afgelopen 14 jaar met maatschappij-, milieu- en plantenwetenschappers aan het verbeteren van de positie van kleinschalige boeren. Hij nam twee maanden geleden afscheid als coördinator van dit programma.

Van Huis is de 65 jaar al gepasseerd en gaat er echt mee stoppen, aldus Dicke. Dat wil zeggen: hij neemt geen formele taken meer op zich. Wel is hij – uiteraard – in januari weer van de partij bij de lezingencyclus Insecten en Maatschappij van de leerstoelgroep Entomologie.