media

Bron: Trouw/Marjolein van Vucht (2013)

Insecten zijn een bron van eiwitten, ze zijn makkelijk te houden en te kweken en bovenal goedkoop. In een groot gedeelte van de wereld maken ze onderdeel uit van de plaatselijke schijf van vijf; mensen trekken er thee van of knabbelen ze weg als snack. Ikzelf heb al de nodige meelwormen en sprinkhanen verorberd, maar ben volgens mij nog steeds een van de weinigen in Nederland. Waarom eigenlijk?

Insecten kweken heeft veel voordelen ten opzichte van vlees kweken. Vlees is duur:een koe heeft bijvoorbeeld veel ruimte, tijd en voedingsstoffen nodig voordat ze, op een diervriendelijke manier, groot genoeg is geworden om een mooie opbrengst te ontwikkelen.

Twaalfhonderd kalfjes
Een insect? Lang niet zoveel. Kijk bovendien eens naar de efficiëntie van het omzetten van voer, zoals gras en brokken, in vlees. Volgens een onderzoek van Smil uit 2002 kost het vijfentwintig kilo voer om één kilo biefstuk te produceren. Bij varkens ligt dat getal rond de negen kilo, en bij kippen rond de vierenhalve kilo. Insecten zetten vaak rond veertig procent van hun voer om in gewicht, en je eet ze met huid en haar op: tweeënhalve kilo voer per kilo insect. Daarbij nemen ze ook nog eens nauwelijks ruimte in, stoten ze veel minder broeikasgassen en ammonia uit en reproduceren ze ontzettend snel. Weleens een koe twaalfhonderd kalfjes in een maand zien krijgen?

Allemaal positief dus, maar nog steeds geen antwoord op de vraag waarom insecten niet op ons menu staan. Wel zijn er al verschillende initiatieven die ons de overgang naar een insectminnend leven makkelijker proberen te maken. Tijdens mijn studie in Wageningen organiseerde de WUR bijvoorbeeld City of Insects:  een openbare week vol educatie en smaaksensatie, geheel in het teken van insecten.

En toen ik eenmaal in Amsterdam woonde, werkte ik in een eetcafé waar gefrituurde sprinkhanen op het menu stonden, met een chilisausje. Daarnaast googelde ik net even, en vond ik een traditionele kaas van schapenmelk met insectenlarven (de casu marzu uit Sardinië; de levende insecten opeten is optioneel), insectenlollies met een echt insect erin en een site met recepten voor sprinkhanen en meelwormen. Zelfs op smulweb zijn een paar recepten te vinden, maar de reacties blijven helaas een beetje steken op het ‘oh mijn hemel’-niveau, met daarnaast een bekentenis dat de auteur ze zelf nog niet heeft uitgeprobeerd.

Soepje van sprinkhaan
Wat zou mensen zo ver krijgen dat ze toch insecten gaan eten? Een interessant vraagstuk wat zeker meer aandacht mag krijgen. Moeten er bijvoorbeeld health claims aan vooraf gaan om de sporters de eerste te laten zijn, of de garantie dat je van het eten van insecten gewicht kwijtraakt zodat vrouwen ze langzaam gaan waarderen en aan hun man opdringen? Of moet er misschien een hippie-achtig ‘I eat insects because I love this world’-gevoel aan gehangen worden? Zou de route van Nouveau Ruig, maar dan nog een stukje woester helpen? ‘Een soepje van sprinkhaan en spinazie, geserveerd met een koekje van parmezaan en meelworm’. Het klinkt niet eens zo verkeerd. Of misschien een meer back to basic: ‘het verbeterde paleodieet, nu met insecten!’.

Ik wilde afsluiten met een simpel en duidelijk insectenrecept. Helaas is daar op internet nog een gebrek aan, maar ik kwam wel een insectenkookboek tegen. Nu nog een plek waar je even snel een portie insecten kunt kopen; wanneer zouden ze in de supermarkt verschijnen? Het is duidelijk, we hebben nog een lange weg te gaan die echt nog wel wat jaren gaat duren. Grijp het aan als kans om eens voorop te lopen in de hippe-foodiebranch, en maak alvast een tripje naar Azië, waar je zo’n proteïnerijke zes- of misschien wel achtpotige rakker kunt opknabbelen.

Voor de goede orde; iedereen heeft in zijn leven al minstens een insect of duizend gegeten. Van rode kleurstof tot pindakaas, het komt vaker als (ongepland) ingrediënt voor dan je denkt.